Mond & maag
Kauwen en verteringssappen maken eten kleiner. Enzymen knippen eiwit in stukjes.
Het 3D-model kan hier niet laden. De uitleg en alle andere slides werken wel.
Wat je lijf nodig heeft om te groeien, en wat er gebeurt als je sport.
Wat zit er in je eten, en wat doet je lijf ermee?
Drie ploegen, elk met een eigen taak. Ze werken samen. Veel eten hoort bij meer dan één ploeg.
Bouwt en repareert. Eiwit bestaat uit aminozuren. Sommige kan je lijf niet zelf maken.
Geeft energie voor je hersenen en spieren: om te leren, spelen en sporten.
Beschermt je organen, helpt je hersenen en brengt vitamines mee. Ook hier zitten stukjes in die je lijf niet zelf maakt.
Eiwit, koolhydraten en vet werken samen. Je hebt ook vezels, water, vitamines en mineralen. Eten helpt je groeien, ook op dagen zonder sport.
Een hap verdwijnt in je mond. En dan?
Kauwen en verteringssappen maken eten kleiner. Enzymen knippen eiwit in stukjes.
De vertering gaat verder. Aminozuren gaan door de darmwand naar je bloed.
Je bloed brengt bouwstenen naar je hele lijf. Je spieren gebruiken ze om eiwitten te maken.
De darmwand heeft kleine uitstulpingen: darmvlokken. Die geven meer oppervlak om voedingsstoffen op te nemen. Eiwit gaat dus niet als een heel ei rechtstreeks naar je spier!
Je kunt niet alles uit eten zelf verteren. Is dat dan nutteloos?
Vezels uit planten komen grotendeels onverteerd aan in je dikke darm.
Darmbacteriën gebruiken sommige vezels. Ze maken daarbij stoffen die je darmwand helpen voeden.
Vezels helpen je ontlasting. Drink ook water. Kies fruit, groente, volkoren eten en bonen.
Je darm bevat een gemeenschap van microben: het microbioom. Niet alle vezels werken hetzelfde. Sommige houden water vast, andere worden door bacteriën afgebroken. Vezels worden niet rechtstreeks spier.
Kun je alles vervangen door één berg eiwit?
Helpt stoffen vervoeren en je lichaam afkoelen. Drink verspreid over de dag en bij het bewegen.
Calcium helpt je botten. IJzer helpt zuurstof vervoeren. Gevarieerd eten levert verschillende helpers.
Energie om te spelen. Bouwstenen om te groeien. Vezels voor je darm. Elk heeft een taak.
Welke van deze producten zou jij graag eten? Tik om hun taken te ontdekken.
Eiwit + vet. Lekker op brood of in een omelet.
Eiwit + calcium. Voeg fruit en havermout toe voor vezels en energie.
Eiwit + vezels + koolhydraten. Eén product, meerdere taken!
Eiwit uit soja. Probeer blokjes in rijst of een wrap.
Eiwit. Vette vis levert ook vetten. Voeg groente en aardappelen toe.
Koolhydraten + vezels + wat eiwit. Ook brandstof hoort erbij.
Gewoon eten is de basis. De meeste kinderen hebben geen eiwitshakes nodig.
Wat gebeurt er in je spier als je traint?
Je tilt, je rent, je klimt. Je spieren werken harder dan ze gewend zijn.
Onder je huid zit een spier: een bundel vezels, als een dik touw.
Raak met je duim één voor één je vingers aan. Probeer opnieuw. Gaat het soepeler?
Berichten reizen via zenuwen naar je spieren.
Door oefenen werken je spieren beter samen. Je beweging wordt handiger.
Sterker worden is meer dan grotere spieren. Zeker vóór de puberteit!
Dit heet coördinatie. Met training kan je zenuwstelsel spieren beter aansturen. In de puberteit veranderen ook hormonen. Vergelijk jouw spiergrootte dus niet met die van iemand anders.
Een passende uitdaging geeft een seintje om zich aan te passen. Spierpijn is geen doel. Stop als iets pijn doet.
Je vertering knipt eiwit in aminozuren. Je spier gebruikt die om spiereiwitten te maken. Ook brood en pasta bevatten wat eiwit.
Je lijf herstelt overdag én ’s nachts. Slaap helpt. Op jouw leeftijd: 9–12 uur slaap.
Oefenen verbetert de samenwerking. Spieren kunnen ook groeien, over weken en maanden. Dit model versnelt de tijd. Iedereen groeit op een eigen tempo.
Langdurig te weinig kan groei en herstel beperken. Maar extra eiwit maakt niet vanzelf extra spieren. Bewegen blijft goed voor je. Eiwit heb je ook op rustdagen nodig.
Je lijf werkt door, ook als jij uitrust.
Wissel zware inspanning af met herstel en lekker spelen. Beweeg elke dag. De lijn is een voorbeeld, geen meting van spiergroei.
Vandaag geen training. Welke helpers heb je nog nodig?
Eiwit helpt groei en herstel. Koolhydraten en vet geven energie. Water helpt je lijf werken.
Fietsen, spelen en wandelen tellen ook. Elke dag bewegen; hard trainen hoeft niet elke dag.
Op 10 en 12 jaar: meestal 9–12 uur slaap. Herstel gebeurt ook als je wakker bent.
Voor 6–17 jaar is het advies minstens 60 minuten matig tot intensief bewegen per dag. Dat mag verspreid over de dag. Leer krachtbewegingen met goede begeleiding en techniek.
Genoeg voor spelen, leren én groeien.
Je lijf heeft genoeg energie nodig voor spelen, leren en groeien. Je honger kan per dag verschillen.
Vaak te weinig eten kan je moe maken en groeien en herstellen moeilijker maken.
Eet regelmatig en gevarieerd. Je lijf heeft energie nodig om te bouwen. Merk op wanneer je honger hebt of prettig vol zit.
Je hoeft je niet vol te proppen voor spieren. Eet rustig en luister naar je lijf. Je hoeft geen calorieën te tellen.
Begin met volkorenbrood. Kies in elke rij iets erbij. Vertel daarna wat jouw lunch doet.
Jouw lunch heeft een team! Brood geeft energie, je beleg bouwstenen en fruit of groente vezels. Hoeveel je eet hangt af van jouw honger en behoeften.
Voorbeelden, geen verplicht menu. Kies producten die je kunt en wilt eten.
Vertel eerst je antwoord. Tik dan op een kaart om het te controleren.
Toch wel! Je lijf groeit en herstelt ook op een rustdag.
Nee. Je kunt sterker worden zonder spierpijn. Goede techniek en passende uitdaging helpen.
Zelfs meer! Ze leveren eiwit, vezels én koolhydraten.
Nee. Bewegen, genoeg gevarieerd eten en rust werken samen.
Kies één eiwitrijk product dat jij morgen wilt eten.
Deze uitleg gebruikt vereenvoudigde modellen. Lees samen verder bij deze bronnen.
Nieuwe versie beschikbaar
Verhuisd naar random.ma.ttias.be. Zet de app opnieuw op je beginscherm.